Naar de inhoud
BedrijfsacademiesOpleiden in eigen beheer

Home / Levend houden

03.2

Van wie is het lesmateriaal dat jullie maken

Bij eigen personeel liggen de auteursrechten meestal bij de werkgever. Bij freelancers en bureaus juist niet, tenzij je het schriftelijk regelt.

25 juni 2026 · 4 minuten lezen · 860 woorden · Levend houden

Zolang alles goed gaat, is de vraag van wie het opleidingsmateriaal is een theoretische kwestie. De vraag wordt praktisch op het moment dat de maker vertrekt, dat een bureau failliet gaat, dat een medewerker zijn presentaties meeneemt naar zijn nieuwe werkgever, of dat je een module wilt aanpassen en iemand daar bezwaar tegen maakt. Dan blijkt dat de afspraken nooit zijn vastgelegd. Dan is het lastig repareren.

Materiaal gemaakt door eigen medewerkers

Voor werknemers geldt artikel 7 van de Auteurswet. Als het maken van werken tot de taak van de werknemer behoort, geldt de werkgever als maker en liggen de auteursrechten dus bij de werkgever, tenzij partijen iets anders hebben afgesproken. Voor een organisatie die intern lesmateriaal laat maken is dat prettig nieuws, maar er zitten twee haken aan.

De eerste is dat het moet gaan om werk dat binnen de functie valt. Een trainer die in dienst is om te trainen, maakt materiaal binnen zijn functie. Bij een monteur die op eigen initiatief in zijn vrije tijd een handleiding schrijft, is dat minder vanzelfsprekend. Wie regelmatig materiaal laat maken door mensen buiten hun formele taakomschrijving, doet er verstandig aan het in de opdracht of in het functieprofiel te benoemen.

De tweede is dat auteursrecht niet hetzelfde is als toegang. Rechten hebben op materiaal dat alleen op de laptop van een vertrokken collega staat, helpt je niet. Zorg daarom dat bronbestanden op een gedeelde plek staan die niet aan één persoon hangt. Dat is een organisatorische maatregel, geen juridische.

De tekst van de Auteurswet staat op wetten.overheid.nl. Die verwijzing is gecontroleerd op 6 september 2026. Dit is algemene uitleg. Voor een concreet contract of een concreet geschil is een jurist de aangewezen bron.

Materiaal gemaakt door freelancers en bureaus

Hier draait het om. Werkt iemand op basis van een opdracht in plaats van een arbeidsovereenkomst, dan is artikel 7 niet van toepassing en blijven de auteursrechten bij de maker. Je hebt dan betaald voor het maken van het materiaal, maar niet automatisch voor de rechten erop.

Wil je die rechten wel, dan moet dat schriftelijk worden overgedragen. Een algemene zin over intellectuele eigendom in de inkoopvoorwaarden is daarvoor vaak te vaag; het is beter om concreet te omschrijven om welke werken het gaat. Leg dit vast voordat het werk begint, want achteraf onderhandelen over rechten die je al betaald denkt te hebben is een ongelijk gesprek.

Wat je in elk geval wilt regelen bij externe makers:

  • Overdracht of gebruiksrecht. Overdracht is het duidelijkst. Een ruim gebruiksrecht kan ook volstaan, mits het aanpassen en verveelvoudigen omvat.
  • Het recht om te wijzigen. Zonder dat kun je het materiaal niet actualiseren. Dan loopt het onderhoud vast. Zie Een academie die niet verstoft.
  • Levering van bronbestanden. Een pdf of een afgesloten videobestand is geen bronbestand.
  • Beeld en muziek van derden. Als het bureau foto's of muziek gebruikt onder een licentie, wil je weten welke licentie en hoelang die geldt.

Materiaal van een opleider die je inhuurt

Koop je plaatsen in een bestaande cursus, dan huur je toegang tot materiaal dat van de opleider blijft. Dat is niet erg, maar het heeft twee gevolgen die in een afweging thuishoren. Je kunt de inhoud niet aanpassen aan je eigen werkwijze en je kunt na afloop niets hergebruiken. Beide staan in de kolommen op de pagina vergelijking.

Let ook op wat de hand-outs zeggen. Materiaal van een opleider intern verspreiden of in je eigen leeromgeving zetten mag lang niet altijd. Vraag het na voordat je het doet.

Beeld en voorbeelden uit je eigen organisatie

Bij eigen materiaal komt er nog iets bij dat niets met auteursrecht te maken heeft. Foto's en video's van herkenbare medewerkers zijn persoonsgegevens en vallen daarmee onder de AVG. Vraag toestemming, leg vast waarvoor het materiaal gebruikt wordt en spreek af wat er gebeurt als iemand uit dienst gaat. Toestemming in een arbeidsrelatie is bovendien een gevoelig punt, omdat een medewerker zich moeilijk vrij voelt om nee te zeggen. Werk daarom bij voorkeur met vrijwilligers en zorg dat er een alternatief is.

Hetzelfde geldt voor casuïstiek. Een voorbeeld uit de praktijk werkt beter dan een verzonnen situatie, maar een herkenbare klant of patiënt hoort er niet in. Maak voorbeelden onherkenbaar of vraag toestemming. Algemene uitleg over de AVG staat bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Drie afspraken die je vandaag kunt vastleggen

Je hoeft hiervoor geen uitgebreid beleidsstuk te schrijven. Drie regels in het projectdossier volstaan meestal.

  1. Per module staat vast wie de inhoudelijk verantwoordelijke is en waar de bronbestanden staan.
  2. Bij elke externe opdracht wordt vooraf schriftelijk geregeld dat de rechten worden overgedragen en dat het bronmateriaal wordt geleverd.
  3. Bij beeld van medewerkers is vastgelegd wie toestemming heeft gegeven en waarvoor.

Dat kost een half uur bij de start. Het alternatief is dat je er over twee jaar achter komt, op het moment dat je iets moet aanpassen en het niet mag of niet kunt. Voor de zekerheid: dit artikel is een overzicht van de hoofdregels, geen juridisch advies. Bij een concreet geval waarin veel geld of veel materiaal op het spel staat, is een jurist de goedkoopste stap.