Naar de inhoud
BedrijfsacademiesOpleiden in eigen beheer

Home / Verplichte scholing

05.1

Verplichte scholing: wat de wet erover zegt

Scholing die verplicht is moet kosteloos zijn en geldt als arbeidstijd. Dat heeft gevolgen voor je planning, je studiekostenbeding en je eigen materiaal.

13 augustus 2026 · 7 minuten lezen · 1323 woorden · Verplichte scholing

Sinds 1 augustus 2022 gelden er in Nederland duidelijkere regels voor scholing die een werkgever verplicht stelt. Ze staan in artikel 7:611a van het Burgerlijk Wetboek en zijn daar gekomen door de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, in de wandelgangen de WTVA. Voor wie opleidingen in eigen beheer opzet zijn ze niet ingewikkeld, maar ze raken wel drie praktische dingen: wie betaalt, wanneer het gebeurt en wat je met een studiekostenbeding kunt afspreken.

Kosteloos en zo veel mogelijk onder werktijd

Het tweede lid van het artikel zegt het zo: de scholing wordt kosteloos aangeboden aan de werknemers, wordt beschouwd als arbeidstijd en vindt, indien mogelijk, plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden. Wat kosteloos precies omvat staat niet in de wettekst zelf maar in de toelichting die met het wetsvoorstel meeging: alle kosten die de werknemer moet maken om de scholing te kunnen volgen zijn voor rekening van de werkgever, met als voorbeelden reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Die toelichting staat in Kamerstukken II 2021/22, 35962, nr. 3.

Om welke scholing gaat het? Om scholing die je als werkgever moet verstrekken op grond van Europees recht, Nederlands recht, een cao of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan, zodat medewerkers het werk kunnen doen waarvoor ze zijn aangenomen. Dat is een smallere categorie dan "alles wat de baas nuttig vindt".

Er is een uitzondering die vaak half wordt naverteld. Beroepsopleidingen die iemand moet volgen om een beroepskwalificatie te krijgen, te behouden of te vernieuwen vallen er niet onder, maar alleen zolang jij als werkgever niet op grond van wet of cao verplicht bent die opleiding aan te bieden. Zodra die verplichting er wel is, geldt de hoofdregel gewoon. Die uitzondering staat niet in de wettekst zelf. Ze komt uit overweging 37 van de Europese richtlijn 2019/1152 en is uitgeschreven in dezelfde memorie van toelichting. Om welke beroepen het gaat staat in de bijlage bij de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen.

Er geldt daarnaast een uitzondering voor huishoudelijk personeel dat doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht voor het huishouden van een natuurlijk persoon. De volledige tekst van het artikel staat op wetten.overheid.nl, artikel 7:611a BW.

Het studiekostenbeding is niet verdwenen, wel beperkt

Een veelgehoorde misvatting is dat een studiekostenbeding sinds 2022 helemaal niet meer kan. Dat klopt niet. Het vierde lid van artikel 7:611a is beperkt tot de scholing uit het tweede lid: een beding waarmee je die kosten verhaalt op de werknemer of verrekent met zijn loon, is nietig. Nietig wil zeggen dat het geacht wordt nooit bestaan te hebben, ook als beide partijen het destijds ondertekend hebben. Dat het ook geldt voor afspraken van vóór augustus 2022 komt door de onmiddellijke werking van de wet, die daarvoor de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek heeft aangepast.

Voor scholing die niet verplicht is, blijft een terugbetalingsregeling mogelijk. Denk aan een opleiding die een medewerker zelf wil volgen om door te groeien naar een andere functie. Wat zo'n beding dan verder moet regelen staat niet in de wet maar volgt uit rechtspraak. Reken dus niet op een wetsartikel dat je kunt aanwijzen. Leg een concreet beding voor aan een arbeidsjurist.

Wat dat voor jouw contracten betekent: loop de bedingen die je gebruikt langs en scheid ze in twee categorieën. Verplicht is verplicht. Daar hoort geen terugbetaling bij. Voor de rest blijft maatwerk mogelijk. Bij twijfel over een specifiek geval is een arbeidsjurist goedkoper dan een procedure.

Wat dit betekent voor materiaal in eigen beheer

Op het eerste gezicht raakt dit alleen ingekochte cursussen, maar er zijn drie gevolgen voor een interne academie.

Tijd is arbeidstijd. Een module die medewerkers thuis of in de avond moeten doorlopen, is bij verplichte scholing geen oplossing. Reken die uren dus gewoon mee in je businesscase en plan ze in het rooster. Dat is meteen de reden waarom de uren van deelnemers in de rekenhulp een aparte post zijn.

Korte modules zijn hier in het voordeel. Als de leertijd betaald wordt, is het verschil tussen een cursusdag met reistijd en een module van twee uur op de eigen locatie niet alleen een leerkundig verschil maar ook een direct kostenverschil. Dat is een van de plekken waar eigen materiaal zich terugverdient.

Kosteloos moet ook echt kosteloos zijn. Vraag geen eigen bijdrage voor materiaal, examengeld of een herkansing als het om verplichte scholing gaat.

Naast de wet staat de cao

De wettelijke bepaling is een bodem, geen plafond. In veel cao's staan aanvullende afspraken over scholingsdagen, een individueel opleidingsbudget of verplichte bij- en nascholing voor bepaalde functies. Die afspraken zijn bindend en ze kunnen verder gaan dan de wet.

Een concreet gevolg voor je administratie: als de cao voorschrijft dat een medewerker recht heeft op een aantal opleidingsdagen per jaar, moet je kunnen laten zien dat dat recht ook geboden is. Dat vraagt om een registratie die verder gaat dan een lijst met afgeronde modules. Zie Aantoonbaarheid en registratie.

Verplichte instructie is meer dan scholing

Er is nog een verplichting die los staat van artikel 7:611a en die in de praktijk minstens zo vaak speelt: de plicht om medewerkers voorlichting en onderricht te geven over veilig werken. Die volgt uit de Arbeidsomstandighedenwet en geldt voor iedereen die met risico's te maken heeft, van machines tot gevaarlijke stoffen tot fysieke belasting. Achtergrondinformatie daarover staat op het Arboportaal van het ministerie van SZW. De Nederlandse Arbeidsinspectie publiceert waar zij op controleert.

Juist die instructie leent zich goed voor eigen materiaal, omdat het over jouw machines, jouw stoffen en jouw werkplek gaat. Een algemene cursus dekt dat per definitie niet. Hoe je zo'n instructie omzet naar een module staat in Van werkinstructie naar module.

De plicht staat in artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, met als opschrift "Voorlichting en onderricht". Het artikel vraagt om doeltreffende voorlichting over de werkzaamheden en de risico's, om onderricht dat is aangepast aan de verschillende taken, om instructie over beschermingsmiddelen en beveiligingen en om toezicht op de naleving daarvan. Voor medewerkers onder de achttien geldt extra aandacht.

Een wijziging van 1 juli 2026 die je in je planning moet meenemen

Per 1 juli 2026 is artikel 12 van de Arbeidsomstandighedenwet aangepast. Werkgevers moeten medewerkers raadplegen over het arbobeleid. De voorlichting over de werkzaamheden en de risico's uit artikel 8 is een van de onderwerpen waarover die raadpleging moet gaan. Dat geldt nu voor alle bedrijven, ook de kleine. Is er geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of zijn er minder dan tien medewerkers, dan raadpleeg je de betrokken medewerkers rechtstreeks. Voor een interne academie is dat prettig nieuws: het gesprek over wat er in de instructie moet staan is nu een verplichting in plaats van een gunst. De aankondiging staat op het Arboportaal.

Wat er al is aangekondigd

Het vijfde lid van artikel 7:611a verbiedt je nu om een medewerker te benadelen omdat hij zich op deze rechten beroept. Dat lid vervalt per 1 januari 2028. De bescherming verdwijnt niet, ze wordt breder: de Wet meer zekerheid flexwerkers zet er een nieuw artikel 7:615 BW voor in de plaats dat voor de hele titel over de arbeidsovereenkomst geldt. Voor je beleid verandert er weinig, voor een verwijzing in een reglement wel.

Peildatum en voorbehoud

De wetsartikelen en de vindplaatsen in dit artikel zijn gecontroleerd op 6 september 2026. De geldende versie van artikel 7:611a BW is die van 1 juli 2026, de geldende versie van artikel 8 Arbowet eveneens. Wetgeving over scholing is de afgelopen jaren meermaals aangepast en dat zal opnieuw gebeuren. Behandel dit artikel als een startpunt om de goede vragen te stellen, niet als een juridisch advies. Controleer de actuele tekst van de wet, kijk in je eigen cao en leg bij twijfel een concreet geval voor aan een jurist.